"Een meisje en een glas genezen alle nood, wie niet kust of drinkt is zo goed als dood!"

Binnen 48 uur Horecabaas

Amsterdam -  Begin maart opende Maarten Jonker de deuren van zijn Gummmbar, een lunchlocatie in de oude kauwgomballenfabriek in Amsterdam. „Op vrijdag tekende ik de papieren, maar er was één voorwaarde: die maandag erop moesten de deuren open.”

 

Kauwgommerk Sportlife fabriceerde zijn frisse snoepjes in een enorm fabriekspand in Amsterdam. Nadat het bedrijf verhuisde, vestigden zich er talloze diverse bedrijven. Een radiostation, platenlabel en sinds een krap jaar ook Gummmbar, de horecaonderneming van Maarten Jonker. De ondernemer werkte tot begin 2010 voor de voormalige uitbater van de eetgelegenheid op diezelfde locatie. ,,Ik zag mogelijkheden in een ruimte van vijfhonderd vierkante meter. Het enige wat ik die vrijdag had, was een idee. In een weekend tijd heb ik een noodkeuken geregeld, terrasmeubilair op de kop getikt en alles in de zaak gezet. Op maandag opende ik de deuren en het ging wonderbaarlijk goed.”

De verhuurder wilde zo’n snelle overdracht omdat er verder helemaal geen horeca op het bedrijventerrein gevestigd is. Die snelheid was een nadeel en tevens een voordeel. „Als ik twee maanden lang dichtgegaan was om orde op zaken te stellen, waren mijn klanten weggelopen. Nu heb ik ze aan mijn zaak weten te binden.”

Jonker ziet de toekomst rooskleurig in, maar de bank stond minder hard te springen toen hij om een broodnodig krediet vroeg. „Ik kreeg het spreekwoordelijke deksel op mijn neus, want ze wilden me geen lening verstrekken. Waarom niet, is me nog steeds een raadsel. Gelukkig vond ik in mijn omgeving een privé-investeerder die mijn plannen wel zag zitten. Ik ben blij dat ik de bank nu niet in mijn nek heb hijgen, maar liever had ik nog een klein potje gehad om Gummmbar spic en span te maken.”

Pas sinds een maand weet de uitbater welke koers hij wil varen met zijn onderneming. De lunch is voor de ondernemer het belangrijkste deel van de dag, dan zit zijn zaak soms propvol. „Ik streef naar zo veel mogelijk continuïteit, ik wil natuurlijk dat het elke dag vol zit. Als ik dat eenmaal op de rit heb, moet het bedrijf zich ontpoppen tot dé evenementenlocatie van Amsterdam.”

Dure werknemers kan Jonker nog niet aannemen, daarom staat hij bij drukte soms zelf ook in de keuken. „Dat is ook wel één van mijn valkuilen. Ik vind het moeilijk om dingen uit handen te geven en over te laten aan anderen. Hoewel dat soms wél echt nodig is. Het zit in de aard van het beestje, hè. Over een jaar lach ik waarschijnlijk om deze opstartperikelen. Maar ja, ik vind het belangrijk dat het elke maand iets beter gaat, qua bedrijfsvoering en omzet. En dat is wat er nu gebeurt.”